In de tijd van de Samurai bestonden er geen gordels. Simpel gezegd; als je een minder goede krijger was, werd je in een gevecht ernstig verwond of gedood. Een oudere Samurai was dus bijgevolg een zeer goede vechter en genoot hierdoor veel aanzien.

Later werden er dojo’s opgericht waar senseis les gaven aan niet-samurai. Gevechten op leven en dood waren niet meer aan de orde.
Sommige scholen reikten licenties uit aan hun leerlingen, “mokuroku” genoemd. “Sho-mokuroku” voor een eerste level, “Ni-mokuroku” voor een tweede level en zo verder, gebaseerd op het Japanse telsysteem.
Andere scholen bleven trouwer aan het Samurai systeem; om een hogere rang te bekomen, moest je iemand verslaan.
Doordat de Japanse cultuur erg ritueel en protocollair is (en waarschijnlijk ook om blessures te vermijden), won het systeem van licenties aan populariteit.
Eens een leerling alle technieken en de filosofie van zijn school beheerste, kreeg hij een master-licentie toegekend; de “menkyo”. Als de leerling een nog hoger niveau bereikte, kreeg hij de “menkyo-kaiden” licentie. Hiermee mocht hij – indien hij dit wilde – de school verlaten en zijn eigen stijl oprichten.

Jigoro Kano, de stichter van het Judo, bedacht in het begin van de 20ste eeuw het systeem van gordels. Hij liet zijn studenten een witte streep stof rond hun middel dragen. Hoe vaker dit gedragen werd, hoe vuiler en donkerder die werd.  In het begin verkleurde die gelig door het zweet, later werd hij groenachtig en vervolgens steeds bruiner. Gordels werden niet gewassen. Ongewassen gordels blijven immers beter zitten en zijn makkelijker te knopen. Men nam ook aan dat, samen met het zweet, tevens de ziel en de inzet van de drager door de gordel werd geabsorbeerd.

Toen Gichin Funakoshi (beschouwd als de vader van het moderne karate) in 1922 kara-te introduceerde in Japan, vond hij het systeem van gekleurde gordels een fantastisch idee en kende aan iedere KYU graad (mudansha) een kleur toe.

Algemeen genomen zijn er 20 niveau’s qua gordels bij de Japanse krijgskunst. Niet alle stijlen, federaties of zelfs clubs hanteren dezelfde kleuren, al zijn ze over het algemeen wel zeer gelijklopend, zelfs bij de Koreaanse en Chinese krijgskunsten. Normaal wordt er per examen maar één graad geklommen. Jongeren maken soms fysische en mentale bokkensprongen waardoor hun evolutie op korte tijd zo groot is dat ze in één keer 2 graden omhoog gaan. Bijvoorbeeld van wit met 1 streepje naar wit met 3 streepjes of van geel naar oranje. 

Graad Kleur Benaming Kenmerken
 10de KYU  Wit
 Wit + 1 steep
 Wit + 2 strepen
 Wit + 3 strepen
 Wit + 4 strepen
 Wit + geel baret
Dechi       

 Jeugd tot +/- 12 jaar.
 Sommige kinderen zijn vroeger rijp en motorisch sterker dan anderen.
 Het gebeurt dat zulke leerlingen vroeger aansluiten bij de volwassenen.
 Soms zijn er ook die wat langer bij jeugd trainen om dan samen met hun iets jongere vriendjes
 de overstap te maken naar de volwassenen.

 9de KYU  Wit  Vanaf 12 jaar, indien de persoon geen voorgeschiedenis heeft qua krijgskunsten.
 8ste KYU  Geel  
 7de KYU  Geel + oranje streep  
 6de KY  Oranje  
 5de KYU  Groen  
 4de KYU  Blauw  
 3de KYU  Bruin + 1 streep  Sempai  Betekent “assistent” en is meestal een reeds iets oudere karateka.
 In sommige clubs worden ook 1ste en 2de DAN’s die nooit les geven zo genoemd.
 2de KYU  Bruin + 2 strepen
 1ste KYU  Bruin + 3 strepen
 1ste DAN  Zwart  Sensei  Betekent letterlijk “hij die ons voorgegaan is” maar wordt meestal als “leraar” vertaald.
 Een 1ste DAN wordt ten vroegste ronde de leeftijd van 18 jaar behaald.
 Een 2de of 3de DAN die al vele jaren les geeft, wordt ook soms Tashi genoemd: “ervaren of gerespecteerde leraar”
 2de DAN  Zwart
 3de DAN  Zwart
 4de DAN  half zwart – half rood
 2 horizontale strepen
 Renshi  Betekent “gepolijste leraar”. Deze horizontaal gestreepte gordel wordt in België praktisch nooit gedragen.
 Deze persoon is meestal niet jonger dan 40 jaar en heeft 10 tot 20 jaar ervaring.
 Wordt enkel gezegd indien die persoon een speciaal karakter, toewijding of kunde bezit.
 5de DAN
 6de DAN  half wit – half rood
 geblokt verticaal
 Kyoshi  Betekent “senior leraar” en wordt enkel gezegd tegen een uitmuntende 6de, 7de of 8ste DAN.
 In erg uitzonderlijke gevallen wordt een 8ste DAN reeds Hanshi genoemd.
 7de DAN
 8ste DAN
 9de DAN  Rood  Hanshi  Betekent “leraar van leraars” of “te volgen voorbeeld”.
 10de DAN

 

Alle DAN graden kunnen feitelijk benoemd worden als “sensei”, ze worden allemaal capabel geacht om les te geven. Het wordt niet als beledigend beschouwd om ze ook als dusdanig aan te spreken maar de algemene voorkeur geniet om de best passende benaming te gebruiken. 
In onze club gebruiken we in de praktijk “sensei” voor een zwarte gordel tot en met 4deDAN en vanaf 5de DAN “Shihan”.
"Shihan" is geen echte titel maar een respectvolle, collectieve term voor oudere en ervaren senseis.
Vaak weten leerlingen niet welke graad en titel een oudere sensei exact bezit en dan is dit de meest respectabele en gangbare aanspreking. 
Twijfel je? Vraag het dan gewoon, dat wordt eveneens als respectvol aanzien.
Shihans dragen tijdens de gewone trainingen meestal hun zwarte gordel. De gekleurde gordels worden meer als ceremoniegordels beschouwd en worden gedragen op stages, examens, uitreikingen,...
In sommige clubs wordt er per DAN graad een streepje geborduurd op het uiteinde van de gordel, bij ons is dat niet de gewoonte.

Andere titels:
- Kancho: stichter van een stijl, is bijna altijd ook een Hanshi
- O’Sensei: betekent “grote sensei” en wordt enkel postuum toegekend aan de allergrootste leiders en pioniers.
- Shomen: letterlijk vertaald “de voorste muur van de dojo” maar betekent “de beoefenaars die ons voorgegaan zijn”
Bij de traditionele groet “shomen-ni-rei” groeten we naar de foto van Gichin Funakoshi die opgehangen is aan de voorste muur, daar hij de basis gelegd heeft van het moderne karata, maar betuigen we ook ons respect aan alle vroegere senseis.